CONGROVE ARBORETUM - Gloucestershire, England
Graafschap Gloucestershire, Engeland

Als aanvulling op een studiereis in september 2009 met de vereniging van Belgische Dendrologen naar de Cotswolds wil ik hier verslag doen van een arboretum dat toen niet meer in  het programma kon worden opgenomen.
Tussen Bristol en Bath, aan de zuidkant van de Cotswolds begint bij het dorpje Upton Cheyney een vallei die in oostelijke richting dood loopt na ca 5 km. Er worden hier restanten aangetroffen van Romeins-Britse nederzettingen. Met de Romeinse baden van Bath in de onmiddellijke nabijheid niet onlogisch. Vandaar dat deze vallei reeds lang gekend is als Pipley Bottom.

In Pipley Bottom werd reeds in 1890 begonnen met de aanleg van een arboretum door de toenmalige eigenaars, de familie Parker. De vallei was in die tijden vol geplant met fruitbomen met Bristol op slechts 10 km afstand als afzetgebied. De vallei heeft een rijke, neutrale bodem en steile hellingen. Na de tweede wereldoorlog gaat de hele vallei in een soort winterslaap. Het woonhuis krijgt dan geen elektriciteit en water meer en wordt volledig overwoekerd door beplantingen. De botanische aanplantingen kunnen niet op tegen de weelderig uitzaaiende esdoorns, essen en hazelaars.

In 1998 kopen Ben en Christine Battle Congrove Cottage met daarbij 25 ha bos en weiland. De restauratie van de woning heeft prioriteit. Tijdens deze werkzaamheden worden de restanten van het arboretum ontdekt in de wildernis rondom de woning en langsheen het riviertje. Tony Titchen bezoekt de vallei in het jaar 1999 een eerste keer en kan nog 116 bomen lokaliseren. Daarna wordt ook met de restauratie van het arboretum begonnen. 

Op een zeer stormachtige zondag, 1 november 2009, ben ik hier op bezoek met een aantal vrienden. Wij worden opgewacht door Christine Battle, Tony Titchen en John Grimshaw. De woning is prachtig gerestaureerd en ondanks het stormweer zijn wij direct gecharmeerd door de unieke setting van het geheel. Christine laat ons haar nieuwe aanplantingen zien. Er zijn in de laatste jaren 1600 specimen uitgeplant door Tony. Wij treffen hier dus een zeer jong arboretum aan met de spaarzame restanten van het oude arboretum. De meest indrukwekkende oude bomen zijn voornamelijk coniferen. Nadat de grootste Sequoiadendron door een blikseminslag is gehalveerd werd de andere uitgerust met een bliksemafleider. Het zelfde heb ik deze zomer gezien in de ‘Schau und Sichtungsgarten, Hermansshof’ te Weinheim, de mooiste vaste plantentuin van Duitsland. 

Onder de nieuwe aanplantingen zijn er ca 200 Quercus soorten. Een Quercus gilva heeft nog, geelachtige, jong schot. Deze nieuw beschreven soort in ‘New Trees’ lijkt erg op Quercus glauca, maar deze heeft meer roodachtig uitlopend schot. Iets verder staat Quercus salicina. Eveneens een soort uit het subgenus Cyclobalanopsis. Deze eikensoort is, net als Q. gilva, lange tijd voor Quercus glauca aanzien. Het nieuwe schot zou meer roze zijn. Er heeft ca 100 jaar lang een exemplaar van Q. salicina op Tortworth gestaan, maar deze is recent afgestorven. 




Deze boom was na 100 jaar ca 12,5 meter hoog. Dit zijn dus drie erg op elkaar gelijkende, wintergroene, traag groeiende struiken, eerder dan bomen. Al geeft ‘Flora of China’ op dat zij tot 30 meter hoog kunnen worden. Het subgenus Cyclobalanopsis onderscheid zich van het subgenus Quercus daar het napje is opgebouwd uit boven op elkaar liggende ringen. Deze cirkelvormige napjes zijn een zeer duidelijk herkenningsmiddel. In dit subgenus is nog veel te ontdekken daar ‘Flora of China’ over ca 150 soorten, in dit subgenus, spreekt. ‘Flora of China’ maakt van dit subgenus wel een apart geslacht : Cyclobalanopsis. Van deze Cyclobalanopsis soorten zouden er 43 endemisch voorkomen China.

Nog een soort uit dit subgenus die wij in de tuin van Christine aantreffen is Quercus argyrotricha. Deze heeft een mooi, vrij donker, langwerpig, ellips-ovaal blad. Volgens Christine eveneens een wintergroene eik die nauw verwant is aan Quercus oxyodon.
Iets verder blinkt in de regen het grote, onregelmatige gevormd blad van Quercus candicans. Deze Mexicaanse eik doet het goed in Zuid-Engeland. in Devon staan exemplaren die na 15 jaar reeds 11 meter hoog zijn. Verderop nog een onbekende eik, Quercus multinervis, met mooie, ellipsvormige, stevige blaadjes.

Naast de vele eiken nog enkele andere boomsoorten die nieuwe zijn voor mij. Quillaja saponaria, soap tree, uit Chili : mooi blinkend, niet te groot, vrij stevig, wintergroen blad. Deze plant is hier reeds een mooi boompje, zeer beschut aangeplant achter de woning.
Dan zien wij het wondermooie, gave, blad van Camptotheca acuminata. Mooi fris groen met rode nervatuur. Een Chinese boom die aangeleverd is door Nick Macer van Pan-Global Plants, Frampton-on-Severn, Gloucestershire.
Widdringtonia cedarbergensis, een beetje op Juniperus gelijkende conifeer, is misschien niet echt mooi maar wel merkwaardig. Deze boomsoort komt uit Zuid-Afrika en staat hier reeds 4 jaar en heeft vorige winter een temperatuur van minus 12 °C overleefd.


Ik zelf vind, dat de nieuwe aanplantingen, allemaal,  te mooi op gelijke afstand van elkaar zijn aangeplant. Dit geeft later geen echt mooi totaalbeeld, maar blijft iets weg hebben van een mislukte kwekerij of postzegelverzameling. Af en toe iets meer in groepen aanplanten en dan de nodige lege ruimte laten is volgens mij uiteindelijk veel mooier. John heeft als enige opmerking dat bij vele jonge arboreta het dikwijls veel leerrijker is om van één soort meerdere exemplaren aan te planten dan van elke soort één exemplaar. Voor de beschrijving van soorten is het steeds belangrijk van verschillende planten te gebruiken om zo de genetische variabiliteit te kunnen vastleggen. 



Christine Battle zit vol energie om deze jonge, uitzonderlijke collectie, te laten uitgroeien met de nodige zorg. Zij heeft de laatste jaren meegewerkt aan het boek ‘New Trees’ waar zij het opstellen van het plantenregister voor zich heeft genomen. Als laatste bezoeken wij haar tekenatelier waar prachtige plantentekeningen worden getoond. Christine heeft pas voor 3 jaar een cursus plantenillustratie gevolgd. De tekeningen zijn zowel artistiek mooi, als botanisch accuraat.
Als besluit zorgen de dames van liefdadigheidsvereniging, Women’s Institute, voor een heerlijk middagmaal. 

Referenties

Grimshaw J. & Bayton R. -(2009)- New Trees – IDS & Kew
www.efloras.org/flora (Flora of China)
www.christinebattleart.co.uk